2. Projecten in staande organisaties

 

Terug – Projecten in staande organisaties – Theorie – Toepassing – Kennistoets

2. Projecten in staande organisaties

In de complexiteit van staande organisaties zijn projecten tijdelijke organisaties, die gericht zijn op het leveren van een specifiek projectresultaat. Ingebruikname van dit resultaat levert de staande organisatie voordelen op, waarmee ze haar winstgevendheid en/of continuïteit en/of oog voor maatschappelijke verantwoordelijkheid kan verbeteren en/of klantgerichtheid en/of … kan verbeteren.

Theorie Projecten in staande organisaties

In dit hoofdstuk wordt aandacht gegeven aan:

  • De diversiteit aan betekenis die projecten kunnen hebben voor staande organisaties, zichtbaar gemaakt in een integraal (alle bedrijfsfuncties omvattend) kwaliteitsmodel;
  • Verschillende soorten projecten en hun positionering in de organisatie;
  • Verschillende manieren van inbedding van projectorganisaties in staande organisaties, inclusief de voor- en nadelen van deze inbeddingsvormen.

Toepassing theorie Projecten in staande organisaties

Opdracht 2.1 Integrale denkmodellen toepassen bij het kijken naar organisaties

Theorieboek: Paragraaf 2.2/A2 en Paragraaf 22.7.

Verwerkingsvorm: Associatieopdracht.

Auteur: Roel Riepma

  1. Zoek in een management-vakblad of website over management naar een duidelijk gestructureerde bedrijfsbeschrijving.
  2. Vul aan de hand van de tekst die je leest het EFQM-model in.
  3. Welke vlak krijgt de meeste aandacht?
  4. Doe hetzelfde met het model van Weggeman.
  5. Wat zou er gebeuren indien deze organisatie de gebieden die geen aandacht krijgen in beide schema’s werkelijk te weinig aandacht zouden geven?
  6. Kun je voorbeelden geven van organisaties die specifieke gebieden te weinig aandacht geven? Waaraan zie je dat?
  7. Welke projecten zou jij willen doen om deze gebieden als nog aandacht te geven?

Opdracht 2.2 Inbedding van projecten

Theorieboek: Paragraaf 2.4.

Verwerkingsvorm: Vrije discussie.

Auteur: Roel Riepma

  1. Geef bij onderstaande projecten aan hoe je deze zou willen inbedden in de staande organisatie. Als zuivere structuur, als matrix-structuur, als coördinatiestructuur of als een projecten-organisatie.
    1. De afdeling HRM organiseert een project “Strijd om Talent” en wil daarbij de andere afdelingen actief betrekken.
    2. De afdeling Technische Dienst krijgt de opdracht om in een nieuw pand een vierde productielijn in te richten.
    3. Een bedrijf krijgt steeds vaker vraag naar maatwerkproducten. De fabricage van één standaardproduct maakt daarom nu plaats voor de fabricage van maatwerkproducten. De orders worden nu behandeld als projecten.
    4. Een installatiebedrijf met meerdere regionale vestigingen heeft de projectorganisatie niet goed op orde. Één van de herstructureringsmaatregelen is nu gericht op de inrichting van een project support office, die onder andere verantwoordelijk is voor het opzetten van een heldere aanpak voor de organisatie van de projecten.
  2. Geef bij de onderstaande voorbeelden aan of er sprake is van een micro-project, een project, een groot project of een mega-project. Verklaar je antwoord.
    1. De interne verhuizing van afdeling X naar gebouw Y.
    2. Het ontwerp en aanleg van de Tweede Maasvlakte bij Rotterdam.
    3. Een onderzoek naar de vervanging binnen een organisatie van een bestaande applicatie.
    4. Een afstudeeropdracht (omschrijf eerst het voorbeeld).
    5. De overname van bedrijf X door bedrijf Y.
  3. Kan een micro-project als een zuiver ingebed project georganiseerd worden?

Kennistoets Projecten in staande organisaties

  1. Neem drie concrete lessituaties. Geef bij elk van deze situaties aan, gebaseerd op het INK-model, welke waarde ze toevoegen.
  2. Geef een definitie + een voorbeeld van micro-projecten, projecten, grote projecten en mega-projecten.
  3. Omschrijf de vier inbeddingsvormen: 1.  zuivere structuur, 2. matrix-structuur, 3. coördinatiestructuur en 4. projectenorganisatie. Geef bij iedere vorm een voorbeeld.
  4. Geef bij de vier onderkende structuren een overzicht van de voor- en nadelen van iedere structuur.