5. Ethiek

 

Terug – Ethiek – Theorie – Toepassing – Kennistoets

5  Ethiek

Dit hoofdstuk gaat over ethiek als voortdurende en wijsgerige reflectie op de waarden en normen die in uiteenlopende praktijken worden gehanteerd. Het is doorgaans de taak van de projectmanager om overeenstemming met betrokkenen te krijgen over de te volgen gedragslijnen bij lastige ethische vraagstukken.

Theorie Ethiek

De volgende praktijktheoretische begrippen komen in dit hoofdstuk aan de orde:

  • De verschillen tussen de veel voorkomende opvattingen over ethiek;
  • De relatie tussen ethiek en beroepscodes/gedragsregels;
  • De belangrijkste vaardigheden en talenten van projectmanagers op het terrein van ethisch handelen.

Toepassing Ethiek

De opdrachten hierna kunnen je helpen bij het toepassen van de theorie in concrete situaties.

Voortdurend kunnen er tijdens het projectverloop vraagstukken ontstaan waarin ethische keuzes moeten worden gemaakt. Het is dan van belang om de kwestie open te bespreken om oplossingen te vinden. Gebeurt dit niet, dan kunnen de gevolgen hiervan zijn dat de kwestie onzichtbaar, als het ware onderhuids, voortwoekert en steeds lastiger aan te pakken wordt.

Opdracht 5.1  Gedragsregels

In de gedragsregels van een hogeschool staan over ICT de volgende regels. Lees deze en beantwoord vervolgens de daaronder gestelde vragen.

  • Laat de pc waarop u bent aangemeld niet onbeheerd achter;
  • Geef uw wachtwoord nooit aan anderen;
  • Haal brieven en lijsten met vertrouwelijke gegevens direct op bij de printer.

Theorieboek: Paragraaf 5.1 en 5.3.

Verwerkingsvorm: Individuele reflectie.

Auteur: Teun van Aken

Vragen:

  1. Is er één algemene morele waarde van waaruit de regels zijn geformuleerd? Zo ja, welke? Licht je antwoord toe.
  2. Zijn in dat geval deze drie regels voldoende dekkend voor die morele waarde? En zo niet, welke regel(s) zou(den) er dan nog bij moeten komen?
  3. Indien het antwoord op vraag 1 ontkennend was: welke verschillende morele waarden onderken je dan? En zijn de drie regels voldoende dekkend?

Voor extra verdieping: Zoek op de website van je hogeschool welke gedragsregels op het terrein van ICT zijn vastgesteld.

Opdracht 5.2  De integriteitscode

In de integriteitscode van een hogeschool staat over het zorgvuldig omgaan met middelen van die hogeschool onderstaande tekst. Bespreek deze tekst in groepsverband en beantwoord vervolgens de gestelde vragen.

“Wij gaan zorgvuldig en zuinig om met de middelen van de hogeschool. Intellectueel eigendom en auteursrecht komen toe aan de hogeschool indien de vervaardiging of uitvinding van dit eigendom of auteursrechtelijk stuk, direct of indirect verband houdt met de uitoefening van een functie bij de hogeschool. Excursies, werkbezoeken, lunches en dergelijke op kosten van de hogeschool moeten functioneel en in het belang van de hogeschool zijn. De opsomming uit de vorige zin is illustratief en beoogt niet volledig te zijn”. Einde citaat.

Theorieboek: Paragraaf 5.3.

Verwerkingsvorm: Groepsgewijze bespreking.

Auteur: Teun van Aken

Vragen:

  1. Is deze tekst duidelijk of is er toelichting nodig? En zo ja, welke dan? Licht de antwoorden toe.
  2. Welke gedragsregels zouden jullie hier ten minste uit willen afleiden?
  3. Ga na of je eigen hogeschool een Integriteitcode kent. Vergelijk deze met bovenstaande code op het punt van zorgvuldig omgaan met de middelen van de hogeschool. Trek hieruit conclusies.

Opdracht 5.3  Een regeling voor klokkenluiders

Theorieboek: Paragraaf 5.3.

Verwerkingsvorm: Groepsgewijze bespreking.

Auteur: Teun van Aken

In de regeling voor klokkenluiders van een hogeschool staat over de rechtsbescherming van de klokkenluider onderstaande twee bepalingen. Bespreek deze in groepsverband en beantwoord vervolgens de gestelde vragen.

“De melder die met inachtneming van de bepalingen van deze regeling een misstand of het vermoeden daarvan aanhangig heeft gemaakt, zal daardoor op geen enkele wijze in zijn rechtspositie worden benadeeld”. En:

“In het geval dat de identiteit van de melder bekend is geworden dan wel uit de melding de noodzaak daartoe kan worden afgeleid, kan de medewerker die een melding doet op eigen verzoek (tijdelijk) worden overgeplaatst naar een ander organisatieonderdeel van de hogeschool”.

Vragen:

  1. Wat is in essentie een ‘klokkenluider’?
  2. Is volgens jullie de rechtsbescherming zo voldoende geregeld? Zo niet, wat ontbreekt er dan? Licht de groepsantwoorden toe.
  3. Hoe zou de tweede bepaling er voor studenten uit moeten zien?
  4. Ga na of je eigen hogeschool een Klokkenluiderregeling kent. Vergelijk deze met bovenstaande regeling op het punt van de rechtsbescherming. Trek hieruit conclusies.

Opdracht 5.4  Uitspraken beoordelen

Theorieboek: Paragraaf 5.2.

Verwerkingsvorm: Groepsgewijze bespreking.

Auteur: Teun van Aken

Lees onderstaande uitspraken en laat deze tot je doordringen. Beantwoord vervolgens de daaronder gestelde vragen.

  • Iedereen wil een uitdagende baan.
  • Een klant wil geen hoge prijzen betalen.
  • Een concurrent zal er alles aan doen om u buitenspel te zetten.
  • Leiderschap is voor projectsucces heel belangrijk.
  • Een rotsvast geloof in het project is een kritieke voorwaarde voor succes.

Vragen:

  1. Bespreek deze uitspraken met elkaar en bepaal met welke uitspraken je het wel en niet eens bent (groepsconsensus is geen doelstelling).
  2. Ging het tijdens de discussie over de vraag of de uitspraken waar zijn, of dat ze dat (bij voorkeur) zouden moeten zijn? En was dat per uitspraak verschillend?
  3. Bepaal van de uitspraken die een ‘behoren’ uitdrukken of het gaat om gevolgen-, intentie- of deugdenethiek en licht dit toe.
  4. Wat leerde je over ethiek en over jezelf door het uitvoeren van deze opdracht? En leidt dat nog tot gedragsvoornemens?

Opdracht 5.5  Gewetensvol handelen

Theorieboek: paragraaf 5.5.

Verwerkingsvorm: Individuele reflectie.

Auteur: Teun van Aken

Gewetensvol handelen vergt van projectleiders specifieke vaardigheden en talenten. Beschouw de opsomming in paragraaf 5.5 en beantwoord de gestelde vragen.

Vragen:

  1. Leg van elke genoemde vaardigheid uit waarom deze van belang is voor gewetensvol en ethisch verantwoord handelen.
  2. Geef bij elke vaardigheid ten minste twee beschrijvingen van daarbij passend gedrag.
  3. Met welk van de genoemde vaardigheden denk je zelf de meeste moeite te hebben en waarom?

Voor extra verdieping zie: Teun van Aken: De Weg naar Projectsucces, Resultaten bereiken met mensen. Van Haren Publishing, Zaltbommel, 2009, met name par. 9.2.

Kennistoets Ethiek

Bij de toepassingsopgaven heb je ontdekt hoe vaardig je bent in het gebruik van de theorie. De kennistoets is bedoeld om voor jezelf zeker te zijn dat je alle begrippen paraat hebt. Dat is handig voor die situaties waarin je aan anderen je ethische standpunten moet toelichten.

  1. Wat zijn de verschillen tussen gevolgen-ethiek, intentie-ethiek en deugdenethiek?
  2. En wat zijn de overeenkomsten?
  3. Wat is de essentie van ethiek?
  4. Wat is het verschil tussen een beroepscode en gedragsregels?
  5. Wat is de relatie tussen geweten en ethiek?
  6. Kun je aan iemands gedrag aflezen welke waarden hij hanteert? Licht je antwoord toe.
  7. Kun je aan iemands gedrag aflezen welke normen hij hanteert? En licht ook dit antwoord toe.
  8. Waarom kunnen gedragsregels niet als basis dienen voor ethiek?