Casus Wunae: Voorgeschiedenis

Casus Wunae: voorgeschiedenis

Het boek is ingedeeld in vijf hoofdfasen. Iedere fase begin met een korte casus. Daarin wordt een student, Petra van Leer, gevolgd in de voorbereiding en uitvoering van de afstudeeropdracht die ze doet voor de woningcorporatie Wunae. In dit deel van de casus bereidt ze zich voor op de afstudeeropdracht en denkt ze na over haar motieven.

Theorie Casus Wunae: voorgeschiedenis

In dit deel van de casus wordt geschreven over:

  • De communicatie tussen de Praktijkcoördinator en de student, inclusief de motieven van de student om voor een bepaalde opdracht te kiezen;
  • Een introductie op de woningcorporaties en de staande organisatie Wunae, als onderdeel van de voorbereiding op de opdracht;
  • De voorbereiding van de student op het verwerven van de opdracht en de inhoudelijke kaders die ze van de opdrachtgever uit de staande organisatie meekrijgt.

Toepassing Casus Wunae: voorgeschiedenis

De theorie laat een aantal stappen zien die je als “opdrachtuitvoerder/projectmanager” voor een toekomstig bedrijf kunt zetten om tot een opdracht te komen die bij je past. Al deze stappen zijn gebaseerd op de gedachte dat jij het bent die het heft in handen heeft. Een toekomstig projectmanager kijkt super goed om zich heen en formuleert voor zichzelf – gebaseerd op eigen competenties (inzetbare set aan kennis, vaardigheden en houding) – welke waarde en betekenis hij/zij wil geven aan specifieke organisaties in deze maatschappij. In onderwijssituaties:

  • leg je voorlopige positieve keus voor aan mensen die je verder kunnen helpen
  • verdiep je in de branche of de soort organisaties waar je wilt gaan werken
  • zoek specifieke organisaties op en verzamel informatie over deze bedrijven
  • bereid je voor op de eerste gesprekken en durf deze aan te gaan

Opdracht vW.1 Weet wat je wilt!

Theorieboek: Casus Wunae: inleiding en projectvoorgeschiedenis + Paragraaf 4.5 + Paragraaf E.4 Creatiespiraal

Verwerkingsvorm: Individuele reflectie over leren ontdekken wat je wilt en bespreking met helpers uit je omgeving

Auteur: Roel Riepma

Lees de casus goed door en lees daarnaast ook paragrafen 4.5 en E.4 goed door.

  1. Inventariseer bij de praktijkcoördinator van je opleiding welke mogelijke opdrachten er te doen zijn. Maak hiervan een lijst. Zet een plus bij de opdrachten waaraan je direct zou willen beginnen
  2. Maak een lijst van criteria, waaraan jouw ideale praktijkopdracht moet voldoen. Orden deze criteria naar eisen en wensen
  3. Verzamel alternatieven die voldoen aan deze eisen en wensen. Je kunt de lijst van geïnventariseerde opdrachten hiervoor gebruiken.
  4. Beoordeel de alternatieven, de risico’s en maak je voorlopige keus.
  5. Leg dit besluitvormend voorwerk aan de kant!
  6. Maak nu voor jezelf een lijst met positief geformuleerde wensen. Durf compleet te zijn. Ofwel: beperk je niet tot alleen “wensen die voortvloeien uit de opleiding die je nu volgt”.
  7. Kies uit deze lijst met wensen een wens die heel erg dicht bij je staat
  8. Verbeeld vanuit deze wens een mogelijke toekomst voor jezelf. Waar sta je? Wat is er om je heen? Hoe voel jij je? … Leg deze droom vast in een beeld of in een geleide fantasie.
  9. Formuleer overtuigingen die de wens versterken. Ik wens deze toekomst te bereiken, omdat …..<positieve overtuiging> ….. Deze toekomst is aan mij besteed, omdat …..<positieve overtuiging> …… Ik word blij van deze wens en het daarbij behorende toekomstbeeld, omdat ….. <positieve overtuiging> …..
  10. Deel nu je wens met anderen. Door te delen, horen anderen waaraan jij heel graag wilt werken. Een eigenschap van mensen is dat ze heel graag de ander op weg willen helpen of ideeën willen aanreiken. Door te delen, ontvang je dus ook terug!
  11. Onderzoek de mogelijkheden. Je ontvangt uit je omgeving niet alleen positieve verhalen terug, maar ook bedenkingen en twijfels. Vraag daarop door, zodat je informatie krijgt over mogelijke kuilen en gaten in de weg. Durf vooral ook informatie die over jou gaat eerlijk op te nemen, zodat je weet: “o ja, belangrijk om te onderkennen, om rekening mee te houden en om aan te werken.”
  12. Maak een plan. Werk de voorgaande stappen uit tot een goed plan.
  13. Neem een besluit om dit plan te volgen, onvoorwaardelijk!
  14. Voer het plan uit en volhard. Besef dat het bereiken van iets wat je heel graag wilt om actie en volharding vraagt. Wensen binnen je bereik brengen, is niet alleen een kwestie van willen en roepen, maar vooral ook discipline ofwel de bereidheid om te volgen!
  15. Ontvang, waardeer en ontspan. Leer tijdens dit doen aandacht te ontwikkelen voor concrete zaken die op je weg komen. Je staat er niet alleen voor. Door te leren ontvangen, ga je ontdekken dat er mensen zijn die jou mee willen helpen de waarde te realiseren die jij graag wilt realiseren.  Waardeer dat en ervaar de ontspanning die daarvan uit gaat.
  16. Je heb nu via de stappen 6 tot en met 15 de creatiespiraal doorlopen. Ga terug naar de gekozen bedrijfsopdracht. Doorloop rondom deze keus ook de creatiespiraal. Komt deze keus nu naar je toe? Welke toekomst brengt deze keus dichterbij? Of wil je toch graag een andere keus maken? Wat mis je in de eerste keus?
  17. Bespreek deze overwegingen met je intervisiegroep en/of een paar goede vrienden en/of je ouders en/of je stagebegeleider. Luister goed wat ze zeggen en bepaal JE EIGEN KEUS!