E. Ruimte geven aan denkwerk

 

Terug – Ruimte geven aan denkwerk – Theorie – Toepassing – Kennistoets

E.  Ruimte geven aan denkwerk

 

Inleiding

Dit hoofdstuk beschrijft de wijze waarop in projecten gebruik gemaakt kan worden van de verschillende denkvoorkeuren van mensen. Het kennen van de eigen denkvoorkeur en het kunnen inschatten van de denkvoorkeur van degenen waarmee wordt samengewerkt, bevordert het benutten van ieders kennis en talenten.

Theorie Ruimte geven aan denkwerk

De volgende praktijktheoretische begrippen komen in dit hoofdstuk aan de orde:

  • De relatie tussen denken en kennis;
  • Definitie van denkwerk;
  • Definities van denkvoorkeuren;
  • Benutten van denkkracht in teams.

Toepassing Ruimte geven aan denkwerk

In discussies, processen van besluitvorming, bij teamsamenstelling en bij vraagstukken van personeelsselectie is het van belang uit te kunnen gaan van diversiteit in denken. Elke vorm van denkkracht en alle vormen van denkvoorkeuren zijn nodig om allerlei vraagstukken van verschillende kanten te kunnen bekijken, zodat er geen eenzijdige kijk op de realiteit ontstaat.

De opdrachten hierna kunnen je helpen bij het toepassen van de theorie in concrete situaties.

Opdracht E.1  Denkvoorkeuren ontdekken

Bedenk een voorbeeld van een lastige beslissing, waarbij je betrokken zou kunnen zijn. Voorbeelden kunnen zijn:

  • Wat voor stageplaats is voor onze studie/voor mij het meest geschikt?
  • Wat moet een bedrijfsbezoek opleveren?
  • Welke minor zal ik kiezen binnen mijn opleiding?

 Theorieboek: Paragraaf E.3.

Verwerkingsvorm: Individuele reflectie.

Auteur: Teun van Aken

In dit type discussies en bij allerlei processen van besluitvorming is het nuttig dat alle denkvoorkeuren de ruimte krijgen, zodat er een goed afgewogen uitkomst zal zijn.

Beantwoord aan de hand van je eigen voorbeeld de volgende vragen:

  1. Wat zou de typische inbreng zijn van de A-denker?
  2. Welke inbreng zou de B-denker hebben?
  3. Waarmee komt de C-denker op de proppen?
  4. En met welke ideeën zou de D-denker komen?
  5. Welke twee van de vorige vier zou jij inbrengen? Waarom?

Voor extra verdieping zie het artikel Kennisproductiviteit dat je via deze link kunt downloaden.

Opdracht E.2  Je eigen denkvoorkeur bepalen

Theorieboek: De paragrafen E.4 en E.5.

Verwerkingsvorm: Test en Groepsgewijze bespreking.

Auteur: Roel Riepma

  1. Maak onderstaande test en bepaal je eigen denkvoorkeur. Bespreek deze met mensen uit de klas die jou goed kennen.
  2. Wat betekent deze kennis voor beroepen die goed bij je lijken te passen? Zit je ook op dat spoor?
  3. Welk soort projecten past goed bij deze denkvoorkeur? Ervaar je dat ook zo?

In het boek Kennis maken met denkwerk van Teun van Aken, Ton Bruining, Bert Jurgens en Antonette Sanders wordt in kaart gebracht welke voorkeurstijlen van denkwerk in verschillende branches van Nederland gebezigd worden. De voorkeurstijlen baseren zij op het model van Ned Hermann, de Hermann Brain Dominance Instrument (HBDI).

Ze deden dit onderzoek (1997 en 2003), omdat ze wilden onderzoeken in hoeverre alle denkvoorkeuren van mensen tot hun recht komen in bedrijfsomgevingen en of dit in de loop der tijd verandert. Ze deden dit onderzoek voor de branches industrie, Zakelijke dienstverlening en Overheid/non en not for profit (ONP). In 2003 hebben ze het onderwijs als aparte branche gepositioneerd.

Om de denkvoorkeuren te meten, maakten ze gebruik van de volgende set aan begripsparen, waarbij de definities van de begrippen als volgt zijn verwoord:

  • Activeren = stimuleren tot gebruik, motiveren tot toepassen
  • Beheren = bewaken, archiveren, orden, infrastructuur
  • Creëren = iets nieuws bedenken of maken, buiten het gewone treden
  • Inventariseren = verzamelen, vergaren, in kaart brengen, zicht krijgen op
  • Netwerken = samenwerken, ontmoetingen regelen, gezamenlijkheid
  • Onderzoeken = bestuderen, antwoorden zoeken op vragen, analyseren
  • Sturen = richting geven, doelgericht zijn, aanwijzingen geven
  • Toerusten = opleiden, equiperen, leren

Maak op basis daarvan de onderstaande test.

links rechts
inventariseren o o beheren A B
beheren o o activeren B D
toerusten o o sturen C B
activeren o o netwerken D C
onderzoeken o o netwerken A C
inventariseren o o activeren A D
sturen o o inventariseren B A
toerusten o o creëren C D
beheren o o onderzoeken B A
sturen o o creëren B D
toerusten o o inventariseren C A
beheren o o netwerken B C
toerusten o o onderzoeken C A
beheren o o creëren B D
onderzoeken o o sturen A B
onderzoeken o o inventariseren A A
creëren o o inventariseren D A
sturen o o beheren B B
activeren o o toerusten D C
activeren o o onderzoeken B A
creëren o o onderzoeken D A
sturen o o activeren B D
sturen o o netwerken B C
activeren o o creëren D D
netwerken o o toerusten C C
toerusten o o beheren C B
netwerken o o inventariseren C A
logisch o o intuïtief A D
feitelijk o o gepland A B
gericht op het geheel o o gedetailleerd D B
intermenselijk o o kwantitatief C A
zakelijk to the point o o intermenselijk B C
gevoelig o o ondernemend C D
intuïtief o o flexibel D C
georganiseerd o o analytisch B A
juiste volgorde o o integrale samenhang B D
creatief innoveren o o beheerst plannen D B
voelen o o denken C A
logisch denken o o gevoelig handelen A C
somlinks somrechts
Totaal som A rechts en som A links = ………… A = A =
Totaal som B rechts en som B links = ………… B = B =
Totaal som C rechts en som C links = ………… C = C =
Totaal som D rechts en som D links = ………… D = D =

Opdracht E.3  Teamsamenstelling Happy Travel

Theorieboek: De paragrafen E.4 en E.5.

Verwerkingsvorm: Groepsgewijze bespreking.

Auteur: Teun van Aken

In deze opdracht stel je een team samen voor touroperator ‘Happy Travel’ en leer je ontdekken waar je rekening mee moet houden.

Happy Travel is een Engelse touroperator die zich, wegens succes op de markt, in Nederland wil vestigen. Happy Travel verzorgt reizen naar Zuid-Afrika, Australië en Nieuw Zeeland. Het aanbod bestaat uit avontuurlijke reizen met een mix van cultuur- en natuuraspecten. Behalve een georganiseerd deel is ongeveer 30% van de reistijd door de klanten naar eigen inzicht te besteden maar desgewenst ook door Happy Travel te regelen.

Doelstellingen van Happy Travel zijn:

  • Binnen vijf jaar een Europees netwerk opbouwen en marktleider zijn voor het soort reizen in genoemde landen die Happy Travel aanbiedt;
  • Activiteiten uitbreiden naar nieuwe klanten en bedrijven die als bijzondere beloning reizen aan werknemers aanbieden;
  • Binnen drie jaar in Nederland vijf agentschappen gevestigd te hebben die winstgevend draaien.

Opdracht

Ga er bij deze opdracht vanuit dat iedereen zelden één primaire denkvoorkeur heeft maar meestal ook een tweede, veelal net iets minder aanwezig dan de primaire voorkeur en daarom secundair genoemd. Die twee zijn zelden de tegenover elkaar liggende voorkeuren A-C of B-D.

Er moet voor het hoofdkantoor een team worden samengesteld, dat bestaat uit:

  • Algemeen directeur: verantwoordelijk voor algemeen beleid, personeelbeleid, contacten met grote klanten en luchtvaartmaatschappijen en belangrijke nationale en internationale organisaties;
  • Commercieel directeur: verantwoordelijk voor verkoop, marketing, R&D en promotie;
  • Boekhouder/administrateur: werkt op het centraal bureau en is verantwoordelijke voor de financiële administratie;
  • Verkoper: doet de operationele verkoop aan bedrijven en organisaties;
  • Medewerkers agentschap: twee bureaumedewerkers die verkoop, reservering, administratie en klantencontacten verzorgen.

Bepaal nu welke primaire en secundaire denkvoorkeuren het meest geschikt zijn voor elk van de bovengenoemde functies.

Voor extra verdieping bij deze en de volgende opdracht: zie Hoofdstuk 5 uit Van Aggelen, Van Aken, Bouman en Reitsma: Team Engineering (Kluwer, 1997).

Opdracht E.4  Samenstellen crisisteam

Theorieboek: De paragrafen E.3 en E.4.

Verwerkingsvorm: Groepsgewijze bespreking.

Auteur: Teun van Aken

Bedenk met je groep een crisis, waarvoor uit jullie midden een klein en daadkrachtig crisisteam moet worden samengesteld en waarvoor een projectleider moet worden aangewezen.

Ga er ook bij deze opdracht vanuit dat iedereen zelden slechts één primaire denkvoorkeur heeft, maar meestal ook een tweede.

Opdrachten (verklaar steeds je antwoorden)!

  1. Welke primaire en secundaire denkvoorkeuren hebben de leden van de groep?
  2. Benoem een crisis: wat is er aan de hand en welke gevolgen voorzien jullie? Geef ernst en urgentie aan.
  3. Bepaal welke activiteiten ontwikkeld moeten worden om de crisis te ‘bezweren’.
  4. Welke vaardigheden moeten in het samen te stellen team aanwezig zijn?
  5. Hoe groot mag het team maximaal zijn?
  6. Benoem nu de benodigde denkvoorkeuren op hoofdlijnen.
  7. Welk denkvoorkeuren profiel heeft de projectleider?
  8. Wie van de groep gaan nu lid worden van het crisisteam en wie wordt de leider?

Kennistoets Ruimte geven aan denkwerk

Bij de toepassingsopgaven heb je ontdekt hoe vaardig je bent in het gebruik van de theorie. De kennistoets is bedoeld om voor jezelf zeker te zijn dat je alle begrippen paraat hebt. Dat is handig voor die situaties waarin je aan anderen moet uitleggen hoe Denken in Viervoud in elkaar zit.

  1. Welk deel van onze hersenen is het meest bepalend voor ons gedrag?
  2. Beschrijf de kenmerken van de drie hersenlagen.
  3. Noem kenmerken van de linker- en de rechterhersenhelft, die niet worden genoemd in Tabel E.01 in het Theorieboek.
  4. Geef de definitie van ‘denkwerk’.
  5. Geef de definitie van ‘denkvoorkeuren’.
  6. Welke denkvoorkeuren kunnen gemakkelijk met elkaar botsen en waarom?
  7. Wat is de relatie tussen denken en kennen?

Voor extra verdieping bij alle opdrachten, kun je gebruik maken van: Ernst Jan Reitsma, De kracht van Diversiteit. Uitgeverij Lemma, Utrecht, 2004