F. Cultuur van openheid

 

Terug – Cultuur van openheid – Theorie – Toepassing – Kennistoets

F  Cultuur van openheid

Inleiding

Steeds meer komt het besef dat het realiseren van projectresultaten gebaat is bij transparantie en openheid. De veelheid aan belangengroepen die bij het project betrokken zijn, hebben elkaar nodig en vullen elkaar aan. Indien bepaalde partijen te dominant worden, ontstaat er bij andere partijen weerstand. Elkaar betrekken en elkaars belangen erkennen is vruchtbaarder en leidt tot een bredere tevredenheid onder alle belangengroepen.

Theorie Cultuur van Openheid

Theorie Cultuur van openheid

De volgende theorie komt in dit hoofdstuk aan de orde:

  • Waardenperspectief van Graves;
  • Theorie U van Scharmer;
  • Theorie van presentie van Baart;
  • Collectieve besluitvormingsprocessen: Ubuntu, Procesmanagement en Community planning;
  • Creatieve besluitvorming;
  • Introspectieve cultuur;
  • Werken vanuit zuivere motieven.

Toepassing theorie cultuur van openheid

Toepassing theorie Cultuur van openheid

Opdracht F.1  Waardenperspectief

Theorieboek: paragraaf F.2.

Verwerkingsvorm: Onderwijsleergesprek over levenslijnen.

Auteur: Roel Riepma

In dit hoofdstuk bespreken we een aantal levenslijnen en hun uitwerking in waarden. We dragen allemaal een historie mee in leven. Die historie is medebepalend voor de manier waarop we de dingen doen. Door dat te delen, ontstaat er zich op waardeperspectieven. Zodra mensen die perspectieven van elkaar begrijpen, de kern ervan aanvoelen en deze respecteren, is betere samenwerking mogelijk.

  1. Teken een levenslijn van jezelf vanaf jaar 0 tot en met je huidige leeftijd.
  2. Verdeel deze lijn in perioden van 7 jaar.
  3. Ga per periode na:
    1. Welke rituelen staan je bij? Wat voelt voor jou als bijzonder kostbaar? Welke waarden zou je daaraan willen koppelen? Hoe werken die waarden nu nog door in jouw concrete handelen?
    2. Welke regels belangrijk waren? Welke grenzen mocht je niet passeren? Welke regels waardeer je in het bijzonder en waarom? Hoe werken die basisregels nu nog door in je handelen?
    3. Welke positie jij innam en inneemt in het geheel. Was dit de plaats die jij ook voor jezelf wilde hebben? Hoe verwierf je ruimte voor jezelf? Hoe gaf of ontnam de ander jou de ruimte die je voor jezelf wilde hebben? Had je daar een eigen krachtig antwoord op? Hoe werkt die kracht nu?
    4. Hoe ging jij de competitie aan met anderen? Waarin was jij beter, sterker, slimmer, nauwkeuriger dan de ander? Hoe liet je dat weten? Welke winst boekte je met die speciale kwaliteit? Met welke partijen verbond jij jezelf? Welke partijen liet je liggen?
    5. Hoe verbind jij je met andere mensen? Ben je daarin gevoelig en streef je met hen idealen na? Hoeveel plezier beleef je aan het opbouwen van contacten en het versterken van de onderlinge harmonie?
    6. Hoe zoek jij naar een koers in je leven? In welke complexe vragen kun je opgaan? Welke feiten in het hier & nu zie je, waarvan je zegt: daarvoor leef ik?
    7. Welke van de sporen E en F werkt het sterkst in je door? Wanneer heb je het andere spoor echt nodig? Zijn er momenten dat je je eigen koers heel bewust en ook effectief integreert met het spoor van harmonie? Hoe zien die momenten eruit? Hoe voelen die momenten?
    8. Zijn er momenten in je leven geweest dat je een oud spoor heel bewust hebt losgelaten? Op welke waarnemingen was deze keus gericht? Welke nieuw spoor kwam ervoor inde plaats? Op welke kernwaarden is dit nieuwe spoor gebaseerd? Welke resultaten zijn het gevolg van deze keus geweest?

Opdracht F.2  Collectieve besluitvorming

Theorieboek: paragraaf F.3.

Verwerkingsvorm: Een Ubuntu-dialoog voeren.

Auteur: Roel Riepma

Vrijheid en respect zijn twee kernwoorden voor het voeren van een goede dialoog. Een dialoog wordt gevoerd over vragen die complex zijn en vele dimensies kennen. Om die dimensies optimaal tot hun recht te laten komen, is betrokken worden en luisteren naar elkaar essentieel. Door dit betrokken en gehoord worden, gaan mensen zich verantwoordelijk voelen en eigenaarschap ervaren van het probleem. Zodra draagvlak voor het probleem verworven is, kan de collectieve denkkracht worden ingezet voor goede oplossingen.

  1. Vorm een kring met een aantal mede-studenten.
  2. De docent/begeleider legt de kring een aantal vragen voor. De beste vraag is die vraag die een hoge actualiteitswaarde heeft en de groep ook zorgen baart.
  3. Iedere deelnemer bereidt zich voor op de dialoog door een eigen visie te formuleren, invalshoeken uit te werken en criteria te benoemen.
  4. Deze visies en invalshoeken worden één voor één aan de kring gepresenteerd. De studenten in de kring luisteren en stellen vragen, zodat de verteller zich verder kan expliciteren. De kern van het betoog wordt door de procesbegeleider samengevat en – na toestemming – vastgelegd.
  5. Nadat ieder het eigen verhaal heeft verteld, wordt het geheel samengevat en ontstaat vaak een beslissingstabel met op de ene as alternatieven (meestal een mix van meerdere verhalen) en op de andere as geordende criteria in de vorm van eisen en wensen. Zie ook de paragrafen 4.4 en 4.5. Neem aan de hand daarvan een besluit.

Opdracht F.3  Creatieve besluitvorming

Theorieboek: paragraaf F.3.

Verwerkingsvorm: Creatieve sessie.

Auteur: Roel Riepma

Creatieve besluitvorming kan goed worden toegepast in situaties waarin een oplossing voor een probleem moet worden bedacht. De sessie begint met een heldere probleemformulering waar de gehele groep achter kan staan. Als die fase te snel doorlopen wordt, worden oplossingen bedacht voor dingen die geen probleem zijn.

Situatie: “Je ergert je al een tijdje aan de manier waarop de lessen verzorgd worden. Je wilt meer afwisseling, meer interactie en tegelijkertijd veel waardevolle kennis opdoen. De manier waarop het nu gaat, spreekt jou totaal niet aan.”

  1. Formuleer samen het probleem. Zorg dat degene die het probleem echt kan oplossen – degene die de saaie lessen verzorgt – betrokken is, bereid is, bevoegd is en bekwaam is.
  2. Bedenk zoveel mogelijk ideeën om dit probleem op te lossen.
  3. Orden deze ideeën in bijvoorbeeld een mindmap.
  4. Maak een keus uit de ideeën.
  5. Concretiseer de ideeën, zodat ze kunnen worden vertaald naar een planning.
  6. Organiseer de uitvoering

Kennistoets cultuur van openheidKennistoets Cultuur van openheid

  1. Wat zijn de kenmerken van een cultuur waarin mensen elkaar openlijk wederzijds waarderen?
  2. Welke waarden verankeren zich tijdens de levensloop in het zijn van mensen? Welke acht focusgebieden horen hierbij?
  3. Leg in eigen woorden uit wat de theorie van presentie kan betekenen voor de aandacht van de projectmanager voor concrete situaties?
  4. Wat is de kern van Ubuntu?
  5. Wat is de kern van procesmanagement?
  6. Wat is de kern van community planning?
  7. Uit welke fasen bestaat een creatieve besluitvormingsprocedure? Geef bij iedere fase een korte toelichting?
  8. Noem drie divergente creativiteitstechnieken?
  9. Noem drie convergente creativiteitstechnieken? Wat is de toegevoegde waarde van deze technieken?
  10. Wat is een introspectieve cultuur?
  11. Wat zijn volgens Goleman de vijf basisvaardigheden voor emotioneel intelligent handelen? Geef bij iedere vaardigheid een korte toelichting.
  12. Wat zijn volgens Jane Clarke de kernelementen van politiek handelen dat is gebaseerd op zuivere of oprechte motieven?