Casus Wunae: Projectgebruik

 

Terug – Projectgebruik Wunae – Theorie – Toepassing – Kennistoets

Casus Wunae: projectgebruik

Inleiding

In dit laatste deel van de Casus Wunae geeft Petra van Leer aan wat ze tijdens haar afstudeerperiode geleerd heeft over projectmanagement bij de woningbouwvereniging Wunae.

Theorie Casus Wunae: projectgebruik

In dit deel van de casus wordt geschreven over:

  • de persoonlijke terugblik van Petra van Leer op haar afstudeeropdracht over projectmanagement;
  • de opbrengsten die ze heeft gerealiseerd met haar werk en de manier waarop ze die opbrengsten met werknemers van Wunae naar boven haalt via een mindmap;
  • de overtuigingen die Petra heeft ten aanzien van effectief projectmanagement, zoals:
    • de overtuiging dat projectmanagement een vak is wat met mensen moet worden uitgevoerd;
    • de overtuiging dat heldere kaders de projectmanagers de vrijheid geven die hij nodig heeft om op een effectieve manier tot het projectresultaat te komen;
    • de overtuiging dat het onderhouden van relaties cruciaal is voor projectsucces;
    • de overtuiging dat projectresultaten ontstaan door doelgericht en gedisciplineerd te werken;
    • de overtuiging dat bevlogenheid te maken heeft met een warm hart  voor de concrete inhoud;
    • de overtuiging dat afstemming tussen verschillende disciplines ontstaat door het bewust betrekken van deze disciplines bij de uitvoering;
    • de overtuiging dat het projectmatig werken verbeterd kan worden door de projecten gericht te ondersteunen.

Toepassing Casus Wunae: projectgebruik

Opdracht pgW.1  Effectief projectmanagement

Theorieboek: Casus Wunae: projectgebruik

Verwerkingsvorm: Individuele reflectie en/of groepsgewijze bespreking.

Auteur: Roel Riepma

Lees de Mindmap die Petra van Leer heeft gemaakt over haar ervaringen aangaande effectief projectmanagement.

  1. Geef voor elk van de in de mindmap genoemde punten aan of jouw stage- of afstudeeropdracht voldoet/voldeed aan de door haar genoemde punten.
    1. Jezelf zijn:
      1. Hield je van het werk?
      2. Deed je wat bij je past?
      3. Durfde je af te gaan op je gevoel?
      4. Waardeerde jij de ander en de ander jou?
    2. Sturend vermogen
      1. Wist je wanneer je ‘wat’ moest leveren?
      2. Hield je goed bij waaraan je werkte en hoe dit werk vorderde?
      3. Werkte je vanuit een heldere visie ofwel wist je waarvoor het resultaat bedoeld was?
      4. Kon je deze visie uitdrukken in concrete doelen?
      5. Hoe kwam je met de andere medewerkers aan jouw project tot een taakverdeling en planning?
    3. Initiatiefrijke communicatie
      1. Verschafte jij de belanghebbenden duidelijke informatie?
      2. Wist jij waar je aan toe was of liep je tijdens het project tegen verrassingen aan?
      3. Werd je serieus genomen en nam jij anderen serieus?
      4. Hoe herinnerde jij jezelf en anderen aan de dingen die gedaan moesten worden?
    4. Het belang van kaders
      1. Waren de kaders rondom scope, tijd, geld en kwaliteit helder en eenduidig?
      2. Wat betekenden deze kaders voor jouw communicatie met jouw opdrachtgever?
    5. Sterke betrokkenheid belanghebbenden
      1. Had jij een scherp beeld van alle betrokken groepen? Hoe verwierf je draagvlak bij deze groepen?
      2. Hoe tevreden waren de belanghebbenden met jouw werk?
      3. Hoe betrouwbaar waren zij ten aanzien van de dingen die ze aan jou moesten leveren?
      4. Hoe weet jij of zij jou als betrouwbaar zien en ervaren?
  2. Welke elementen zou jij aan bovenstaande lijst willen toevoegen? Wat maakt jouw project(en) tot een succes?